Berichten

Rake al gezien? Of pak je toch eerst nog even seizoen 5 van Orange is the New Black op Netflix? Die trailer van I love Dick op Amazon is trouwens ook cool. Veel series, weinig tijd, herken je dat? Ik zit qua kijktijd aan mijn tax.

 

Want je wilt niet drie avonden per week flixen met je lief, maar ook een boek of krant lezen; andere mensen ontmoeten; je stierlijk vervelen of de kroeg in. Het aanbod op tv – of hoe je het huidige scherm ook noemt – is overweldigend. Er is 24/7 beeld en nog eens beeld.

Schoonmoeder

Overdaad schaadt zegt het spreekwoord en adviesbureau PwC schijnt te bevestigen wat ik links en rechts om mij heen hoor. Zo grapte een kennis: wat is de overeenkomst tussen mijn schoonmoeder en mijn afspeellijst? Ik kom er allebei niet aan toe…’ Door het reusachtige aanbod van series is er een verzadiging aan het ontstaan, aldus PwC (bron: Global Entertainment & Media Outlook).

Adverteren

Een kentering in de entertainmentindustrie, ik juich dat toe. Zo worden creatieven nog meer gedwongen om na te denken over wat ze willen vertellen en laten zien. Hopelijk leidt dit tot meer verscheidenheid, minder bagger en een betere interactie met gebruikers (userexperience). Volgens PwC gaan bedrijven de komende jaren ook minder adverteren. Organisaties kopen voor minder geld steeds beter gerichte reclame in. Ook dat is goed nieuws. De lat komt hoger te liggen. Opdrachtgevers zullen zich op vorm, inhoud en doelgroep nog beter willen onderscheiden.

By the way, die Australische serie Rake is een aanrader. Die advocaat neukt en zuipt zich een slag in de rondte, maar is verschrikkelijk goed in zijn vak.

 

Je moet als slim IT-bedrijf wel lef hebben om reclamespots uit te zenden die bloedirritant zijn. En over die campagne is nog nagedacht ook. Incentro flikt het. Ik vind de commercials drie keer niks en heb Paul Baan gebeld. Hij is boardmember bij Incentro en verantwoordelijk voor alle communicatie.

Fokke & Sukke gehaald. Het Radio1-journaal. Op Twitter zijn er lui die jullie dood wensen en zelfs ik steek er kostbare tijd in. Was dat de bedoeling?

Paul Baan: ‘Lacht. Bekritiseerd worden is nooit leuk, heel simpel. Maar wetenschappelijk is bewezen dat mensen die bak kritiek niet meteen associëren met ons merk. Het ligt allemaal wat genuanceerder. Op het totale bereik richten we geen schade aan en over een maand of twee is dat gevoel weg. Dat blijkt althans uit onderzoeken. En het is maar een klein groepje mensen dat last van ons heeft. Klagen hoort bij Twitter, dat is open riool met meningen. Als je opvalt, zoals wij nu doen, heb je haters en lovers. We krijgen overigens ook leuke reacties’.

Anti-reclame met een heus doel?

Paul Baan: ‘Ja! Incentro was 12 jaar vrijwel onzichtbaar. Dit is begonnen als een pure naamsbekendheidcampagne en bedacht door het Maatschap voor Reclame. Zij hebben hun strategie wetenschappelijk onderbouwd. Byron Sharp is een marketingprofessor in Australië. Hij heeft de effecten van campagnes onderzocht en weet wat wel en wat niet werkt. Volgens hem blijft er van alle concepten niets overeind. Je moet echt alleen maar opvallen, dát is zijn boodschap. Opvallen maakt een merk beschikbaar. Ze moeten ons kennen. In een verkoopgesprekleggen we daarna uit wie we zijn en wat we precies doen’.

Schermafbeelding 2017-05-18 om 11.07.43Alle 300 medewerkers happy met deze marketingstrategie?

Paul Baan: ‘Nou, dat wisselt. Ons personeel is een dwarsdoorsnede van Nederland. Er zijn er die zich ervoor schamen. En ik ben het met je eens, wat we vertellen is niet erg inhoudelijk’.

Dat bedoel ik. Dutch BI-award gewonnen. Best Workplace in 2017. En dan in een lullig spotje oproepen om je kind Incentro te noemen. Die onzin keert zich toch tegen je?

 Paul Baan: ‘Onderzoek van Byron Sharp onder Cola-drinkers heeft uitgewezen dat Pepsi-haters uiteindelijk bij afwezigheid van Coca-Cola voor de bijl gaan. De emotie die men op een product plakt leidt niet tot anders handelen. Onze naamsbekendheid groeit. Uit een eerste meting blijkt dat 40 van de 100 mensen nu van Incentro heeft gehoord. Een jaar geleden waren dat er nog maar 4 van de 100. Om in aanmerking te komen voor grote contracten moet men op board level niveau van je hebben gehoord’.

Tot slot. Die radiospot over Trump met z’n oranje kop, kun jij daar zelf om lachen?

Paul Baan. ‘Lacht. Jazeker! Om álle foute grappen over die man trouwens’.

  • Maatschap voor Reclame heeft het concept voor Incentro gebaseerd op onderzoek van prof. Byron Sharp (Marketing Science University of South Australia). ‘How brands grow’, what marketeers don’t know.(Oxford University Press, 2013).

 

 

 

De catalogus is uit. En wat voor één. Ik heb 2017 even vergeleken. Deze editie is retegoed, maar net iets tè gezellig.

Natuurlijk alle lof voor de copywriters. Wie zijn die anonieme stylisten die zo hartstochtelijk over lampenkappen, plantenhangers en vloerkleden schrijven? Ik neem je graag even mee, de catalogus in.

Louterend

Direct al in de inleiding, pagina 3, neemt het Zweedse concern stelling. ‘Bij IKEA maken we producten voor mensen. Want consumenten zijn bedacht door grote bedrijven’. WoW. Bam, dat getuigt van lef. Wat een inzicht in hoe de verhoudingen echt liggen. Mensen, u en ik dus zijn (weer?) het ijkpunt. Daar is over nagedacht, maar het moest nog wel even op papier.

Verwarde types

Over mensen met verwachtingen is te lezen: ‘Je leven thuis zit ook vol verwachtingen. Die zijn meestal ingewikkeld. En ze maken van jou iemand die je eigenlijk niet wilt zijn. In deze catalogus gaan we de strijd aan met die negatieve verwachtingen. Want we staan aan jouw kant’. Wat een zalige handreiking. Is dit een stille hint van de auteurs? Er heerst ongenoegen, mensen zijn bang en stemmen PVV. ‘Het hoeft ook helemaal niet perfect te zijn’, vervolgt IKEA. ‘Je mag gewoon knoeien, en af en toe een elleboog op tafel is ook niet erg’. Weg schuld en schaamte. Ik zeg halleluja.

Herinneringen maken

Wat verder opvalt is dat het vorig jaar door IKEA geïntroduceerde concept van ‘samen een herinnering maken’ nu eindelijk wordt uitgewerkt. Want, waar doe je dat precies? De editie van 2017: ‘Herinneringen maak je aan de hier-kan-alles-tafel, terwijl je kookt-als-niemand-kijkt of desnoods als je even weg bent op je eigen balkon. Laat het gebeuren, niets moet alles kan’. Magistraal toch? En zou het maken van die herinnering om wat voor reden dan ook niet lukken, dan kun je dat altijd met je mediator bespreken op zijn turquoise chaise longue van Finnsta. Waarop hij of zij je dan vast zal antwoorden: ‘Maar hebben jullie dan nog niet een Socker plantenkas in huis? Want zo hou je samen contact met de natuur’.

Er is geen ontkomen aan. De IKEA-gids 2017 verschijnt in een oplage van 213 miljoen exemplaren in 48 landen en in 32 talen. De Zweedse multinational had vorig jaar een omzet van 31 miljard euro.

Vertrouwen? Dat betekent voor mij dat ik geloof dat mijn kinderen niet in zeven sloten te gelijk lopen. Dat ik er van uit ga dat mijn lief aan mij genoeg heeft. Dat ik hoop dat mijn broers, zus en vrienden naast mij staan als het tegen zit en er bij zijn als er wat te vieren valt. Dat ik mijn moeder kan bellen tijdens GTST. Heb ik nou in al die relaties geïnvesteerd om dat vertrouwen te hebben? Dat klinkt mij veel te berekenend. Investeren is typisch het vertrekpunt van boekhouders en economen.

images

Kees Vendrik is er één. En niet de minste, hij is lid van de Algemene Rekenkamer. Die instelling controleert of het Rijk geld uitgeeft zoals is afgesproken. Vendrik sprak gisterochtend over de crisis op Radio1. Hij is een pleitbezorger voor ‘investeren in vertrouwen‘. Dat als antwoord op de problemen waarmee we momenteel worden geconfronteerd. Bedrijven, instellingen en vooral Rutte II moeten investeren in vertrouwen. Daarover had ik graag meer willen horen, want hoe doen we dat? Wat is er voor nodig? Wat kost het, is het meetbaar en wat levert het ons op? Bij Tros Kamerbreed werd er met geen woord over gerept. De woorden van Vendrik bleven hangen. Doelloos, ongericht, losse flodders.

Investeren in vertrouwen. Ik ben sceptisch. Was juist misbruik van vertrouwen niet de oorzaak van de crisis? Kunnen we rekenmeesters-met-grote-woorden niet beter wantrouwen? Worden de twee berippen niet met elkaar verward? Ik zou graag zien dat intelligente mensen wat zorgvuldiger met de woorden om te gaan. Of laten journalisten tijdens interviews eens vragen naar de betekenis. Natuurlijk begrijp ik dat Vendrik vertrouwen weer op de nationale menukaart wil. We hebben er in de kortst mogelijke tijd veel van verspeeld (en verspild). Vertrouwen is de constructie waarop de samenleving is gebouwd. Vertrouwen ligt aan de basis van al ons intermenselijk verkeer. We zijn er persoonlijk en sociaal nogal van afhankelijk. Maar willen we aan het begrip weer betekenis geven, dan zijn het uiteindelijk de daden die tellen. Vertrouwen moet allereerst (onbaatzuchtig) worden verdiend. Daar komt bij aanvang geen Rekenkamer bij aan te pas. Vertrouwen vraagt om bekwame leiders die doen wat ze zeggen. Bazen die krijgen wat ze verdienen. Spelers die van het spel houden. Ouders die van hun kinderen houden. Organisaties die transparant zijn. Politici met een visie. Woordvoerders met een eenduidige boodschap. Boeren die bofkippen houden. Docenten die kinderen kunnen vertrouwen. Aan media die kritisch opereren. Dominees met een goed verhaal. Buren die naar elkaar omzien. Kortom, aan mensen die zich realiseren dat vertrouwen inspanning vergt. Precies, mensen zoals jij en ik.

gedoeD66 is gisteren in mijn woonplaats Gouda begonnen met de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar. Op 16 plekken in de stad wenst de partij alle scholieren die examen doen succes. ‘De abri’s staan vooral op de fietsroutes’, zegt campagneleider Frank de Pont. Een sympathieke, niet al te dure actie. D66 afficheert zich slim als onderwijspartij. Ben ik vooringenomen? Natuurlijk, mijn dochter doet examen. Straks ploetert ze op Nederlands. Vraag ik haar voor of na het vak geschiedenis wat zij van D66 vindt?

‘Tsja, we moeten toch ook iets met social media?’ Vrijwel wekelijks kom ik ondernemers tegen die dat zeggen. En dan leggen ze de nadruk op de woorden moeten & ook. Volgens mij moet je helemaal niks. Heb je eigenlijk wat te melden? Zo ja, op welke doelgroep richt je je? Weet je die te vinden? Ben je bereid te reageren op reacties, vragen of klachten? Heb je mensen in huis die effectief en creatief kunnen communiceren?

560148_166127466883722_1053086764_n

Elk medium namelijk heeft z’n eigen mores. Waarom zou je alles willen? Een oriëntatie op de waarom-vraag kost tijd, maar loont. Het Rotterdamse energiebedrijf BAS heeft dat goed begrepen. Zij zetten social media in met maar één doel: het creëren van een community rond het thema duurzaamheid. Via een inmiddels apart opgerichte stichting organiseert BAS bijeenkomsten ‘The Next Society’ met aansprekende gasten over de verdeling van voedsel, energie, rijkdom en aanverwante onderwerpen. Er is altijd debat en het publiek twittert er op los. Het eigenlijke product is een belangrijke bijzaak, daar is welbewust voor gekozen. Dit initiatief, de frequentie en de toon slaan aan. Niets moet dus, maar zo kan het ook. Naast de financiële waarde, een klassieke manier om over handel en klanten te spreken, is er een andere dimensie: conversatiewaarde. Iemand koopt misschien niet meteen je product, maar is toch invloedrijk door middel van zijn commentaar op een geleverde dienst of prestatie. Op 12 september is er weer een Next Society.

http://bethenextsociety.wordpress.com