Investeren in vertrouwen

Vertrouwen? Dat betekent voor mij dat ik geloof dat mijn kinderen niet in zeven sloten te gelijk lopen. Dat ik er van uit ga dat mijn lief aan mij genoeg heeft. Dat ik hoop dat mijn broers, zus en vrienden naast mij staan als het tegen zit en er bij zijn als er wat te vieren valt. Dat ik mijn moeder kan bellen tijdens GTST. Heb ik nou in al die relaties geïnvesteerd om dat vertrouwen te hebben? Dat klinkt mij veel te berekenend. Investeren is typisch het vertrekpunt van boekhouders en economen.

images

Kees Vendrik is er één. En niet de minste, hij is lid van de Algemene Rekenkamer. Die instelling controleert of het Rijk geld uitgeeft zoals is afgesproken. Vendrik sprak gisterochtend over de crisis op Radio1. Hij is een pleitbezorger voor ‘investeren in vertrouwen‘. Dat als antwoord op de problemen waarmee we momenteel worden geconfronteerd. Bedrijven, instellingen en vooral Rutte II moeten investeren in vertrouwen. Daarover had ik graag meer willen horen, want hoe doen we dat? Wat is er voor nodig? Wat kost het, is het meetbaar en wat levert het ons op? Bij Tros Kamerbreed werd er met geen woord over gerept. De woorden van Vendrik bleven hangen. Doelloos, ongericht, losse flodders.

Investeren in vertrouwen. Ik ben sceptisch. Was juist misbruik van vertrouwen niet de oorzaak van de crisis? Kunnen we rekenmeesters-met-grote-woorden niet beter wantrouwen? Worden de twee berippen niet met elkaar verward? Ik zou graag zien dat intelligente mensen wat zorgvuldiger met de woorden om te gaan. Of laten journalisten tijdens interviews eens vragen naar de betekenis. Natuurlijk begrijp ik dat Vendrik vertrouwen weer op de nationale menukaart wil. We hebben er in de kortst mogelijke tijd veel van verspeeld (en verspild). Vertrouwen is de constructie waarop de samenleving is gebouwd. Vertrouwen ligt aan de basis van al ons intermenselijk verkeer. We zijn er persoonlijk en sociaal nogal van afhankelijk. Maar willen we aan het begrip weer betekenis geven, dan zijn het uiteindelijk de daden die tellen. Vertrouwen moet allereerst (onbaatzuchtig) worden verdiend. Daar komt bij aanvang geen Rekenkamer bij aan te pas. Vertrouwen vraagt om bekwame leiders die doen wat ze zeggen. Bazen die krijgen wat ze verdienen. Spelers die van het spel houden. Ouders die van hun kinderen houden. Organisaties die transparant zijn. Politici met een visie. Woordvoerders met een eenduidige boodschap. Boeren die bofkippen houden. Docenten die kinderen kunnen vertrouwen. Aan media die kritisch opereren. Dominees met een goed verhaal. Buren die naar elkaar omzien. Kortom, aan mensen die zich realiseren dat vertrouwen inspanning vergt. Precies, mensen zoals jij en ik.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.