Een ruime meerderheid van de aankomend studenten (67 procent) ziet als een berg op tegen een ontgroening, maar onderwerpt zich er desondanks toch aan. Om er bij te mogen horen laten ze zich afblaffen en vernederen; betalen bier voor ouderejaars of rollen in opdracht van een idiote oetlul door vanillevla – of erger. Wat ben je dan? Inderdaad, een watje.

Schermafbeelding 2013-08-11 om 17.37.24

Maar als het je al ontbreekt aan eigenwaarde, dan valt er in feite weinig aan je ego af te breken. Want dat is feitelijk wat er gebeurt. Een ritueel van incasseren en vernederen als instrument om je te laten voelen wie het op de apenrots voor het zeggen heeft en wat jouw plek is in die hiërarchie. Dat schijnt louterend en vormend te werken. Zo zou je vrienden maken voor het leven. Die onzin heb ik nooit geloofd en ik ben er in mijn loopbaan nooit aan herinnerd dat ik niet ben ontgroend. Ontgroenen is een naar stukje tijdverdrijf voor gezagsgetrouwe jongetjes en meisjes die elkaar mogelijk later nog eens een balletje willen toespelen. Als dat de basis moet zijn voor je toekomstige netwerk… Ze brengen de corrupte bestuurders van morgen voort, schreef Malou van Hintum vorig jaar in de Volkskrant. ‘Mensen die elkaar altijd en overal herkennen, en altijd en overal zullen doen wat ze tijdens hun ontgroening hebben geleerd: Wat er ook gebeurt, en wat er ook is gebeurd, we zullen elkaars fouten afdekken’. Want dat is de eerste les die er wordt ingestampt als je wordt ontgroend: je klapt nóóit uit de school. Hoe erg, hoe oneerlijk of hoe verschrikkelijk iets ook is, je houdt je mond. Want je bent loyaal aan de club’.

Vrije geesten, eigenheimers en randschapen kunnen heel goed zonder. Zonder enige druk van binnenuit of buitenaf leggen zij waardevolle verbindingen en maken in eigen tempo vaak vrienden voor het leven.

Ik ben niet ontgroend. Dat past niet bij kritische lui op de school voor journalistiek. Mijn zoon had aan de UvA ook volstrekt geen zin in die onzin. Hij start volgende maand met zijn master biomedisch. Hij mist niets en zegt zich ook nergens buitengesloten te voelen. Morgen gaat mijn dochter kennismaken met Utrecht. Ook zij is niet het type dat haar verstand op nul zet. Want dat is toch wat je wilt, dat ze vanaf dag één aan de Universiteit of Hogeschool hun hersens gebruiken.

Om maar aan te geven dat 1987 wel even geleden is: Lady Gaga zat nog in een Maxi-Cosi, Barack Obama moest nog aan zijn studie rechten beginnen en Willem-Alexander had de Elfstedentocht achter de rug. Ik kwam net van de School voor Journalistiek en Billy Slagle kreeg de doodstraf.

393680

Slagle haalde gisteravond twee regels in het Radio1-journaal. Hij stak op 13 augustus 1987 zijn buurvrouw dood bij een gewelddadige roofoverval. Twee jeugdige logeetjes waren getuigen van de moord. Slagle is dus geen lieverdje. Hij had een drank- en drugsprobleem; jatte auto’s en was pas 18 toen hij ter dood werd veroordeeld. Overmorgen zou hij in Ohio worden geëxecuteerd.

Er zitten twee bizarre wendingen in dit bericht.  Allereerst, Slagle heeft niet tot woensdag op zijn beul willen wachten. Hij pleegde gisteren zelfmoord in zijn cel en heeft zich verhangen. Bovendien werd bekend dat officier van justitie Tim McGinty bij de gouverneur van Ohio om clementie heeft gevraagd, omdat volgens hem Slagle bij een rechtszaak in de huidige tijd vermoedelijk geen doodstraf zou worden opgelegd.

Het Amerikaanse strafrecht is buitengewoon hard en misschien is dat van ons wel veel te soft. In 33 van de 50 Amerikaanse staten is de doodstraf legaal en 3359 personen wachten op voltrekking van het vonnis. Dat is voer voor actievoerders, ethici en rechtsgeleerden. Waar ik echter van gruw is het idee dat gevangenisstraffen tientallen jaren kunnen duren, soms met langdurige periodes van isolatie. Een dergelijk systeem heeft toch niets meer te maken met orde en gerechtigheid? Hier lijkt eerder sprake van staatsgeweld. Slagle heeft jarenlang vergeefs geprocedeerd. Getuigen werden nog tot twee jaar geleden uitgebreid gehoord over de roofmoord. Voor wie heeft een dergelijk executieritueel na 26 jaar nog zin? Voltrek de straf zodra alle juridische wegen zijn bewandeld of haal deze carnavaleske vertoning uit de roulatie ook al is dat een strop voor de beul.

Maar laat ik positief eindigen; het is maandag, de zon schijnt en ik heb net een nieuwe iphone geïnstalleerd. Wat mij niet verbaasde is dat Radio1 het berichtje over de zelfmoord van deze terdoodveroordeelde verder heeft laten liggen. Er is in de Amsterdamse grachten namelijk een zeehond gesignaleerd. ‘Heel bijzonder’, aldus de presentator. ‘En als er ontwikkelingen zijn, dan houden wij u natuurlijk op de hoogte’.

Van de week vlak voor het slapen gaan een tijdschrift gelezen met de titel Innoveer! Een blad voor ondernemers. Nou, ik kan je zeggen: daar ga je heel raar van dromen. Ik had er twee die nacht.  Allereerst een situatie die ronduit vervelend was. Ons bier was over de datum, en niet zo’n beetje ook. Mijn zoon was thuis en we hebben de hele krat geïnspecteerd. Op de flesjes Jupiler – hoe nauwkeurig wil je het hebben – stond op het etiket aan de achterzijde toch echt het jaartal 2002. Heel lullig. En zoon bleef ook maar klagen. Sinds hij biomedisch studeert aan de UvA en dagenlang boven de microscoop hangt, maakt hij een steeds groter probleem van houdbaarheid in huis.

Schermafbeelding 2013-07-11 om 16.49.09

Zo’n rare droom, wat zegt dat nou? Drink altijd je bier snel op is net wat te simpel. De meest logische verklaring is dat Heineken de eerste brouwer wordt die ook buitenaards bier gaat leveren. Op elke planeet komt een krat houdbaar Alien-bier. Dat schept een band van jewelste en rond elke ruimtevaartmissie is waanzinnig veel marketing. Bier-over-de-datum is ook nooit meer een issue. Ook weer opgelost.

In de daarop volgende droom vond ik een heuse applicatie uit. De anti-tweeps-app. Eentje waarmee je spelenderwijs van je volgers op Twitter kunt afkomen. Want zoals met alle social media – neem SMS en Hyves – komt er een moment dat ook Twitter over de datum is. Het microblog gaat je tegenstaan. 140 tekens is te veel, of gewoon te weinig om nog een beetje te kunnen communiceren. Bovendien is tegen die tijd gebleken dat politie, justitie, werkgevers, zorgverzekeraars, buren, je schoonmoeder en hypotheekverstrekkers Tweets tegen je zijn gaan gebruiken. Af van je volgers dus, zonder te schelden en binnen de mazen van de wet. De app – desnoods als game – maakt het volgende inzichtelijk:

  • hij houdt bij wie je dagelijks verliest – je kunt volgers al dan niet bedanken
  • de daling van je kloutscore wordt weergegeven
  • wie hangen er qua Klout nog boven je? Target them: weghonen, publiekelijk te kijk zetten
  • volgers met een lage Klout is laaghangend fruit. Weinig uitdagend dus.
  • op welke dagen, tijdstippen word je slecht gelezen? Bijna-dood-tweets.
  • wie van je volgers retweeten je nog? Laat hen weten dat je daar geen prijs op stelt, onder het motto: wees zelf eens origineel
  • zijn er trendlines op Twitter, dan moet de app in staat zijn om een vrijwel exacte einddatum te geven waarop je van al je volgers verlost bent.

Als er ondernemers zijn die ook zo vreemd dromen, laat het me eens weten. Binnenkort een blog over data driven journalism – ook al zo innovatief.

 

Op verzoek van Co Welgraven, journalist bij dagblad Trouw en goede vriend en collega van Ruud van Haastrecht (1965-2013) heb ik onderstaande tekst op mijn blog geplaatst. Co heeft deze uitgesproken op de afscheidsbijeenkomst zaterdag 22 juni in crematorium Hofwijk in Rotterdam.

Lieve allemaal, Vorige week donderdag, 10 dagen geleden, zaten Ruud en ik naar het 8 uur-journaal te kijken, zoals altijd voorzien van zijn rake en soms bijtende commentaar. We hadden geluk: het was de week van Rob Trip – met de opvolging van Sacha de Boer was onze goede vriend in het geheel niet tevreden. Aan het slot kondigde weerman Gerrit Hiemstra een paar tropische dagen aan waarop Ruud droogjes zei: ‘Jullie krijgen het warm volgende week, Co, dat wordt de Moeder aller hittegolven.’

Ruud Hamburg 2004

We lieten de tv aanstaan, dat irritante postzegel-tvtje van ‘m, in de verwachting dat 2 voor 12 zou komen, onze favoriete quiz. Maar in plaats daarvan begon Per seconde wijzer dat Ruud merkwaardig genoeg helemaal niet bleek te kennen. Maar vanaf het begin was hij geboeid en hij wist de vragen, over geschiedenis en de actualiteit, bijna allemaal te beantwoorden. Het was verbluffend – z’n lichaam mocht dan gesloopt zijn, z’n geest was nog kraakhelder.

Het toeval wilde dat er in de quiz een paar thema’s zaten waarover we het als vrienden regelmatig hadden. De journalistiek bijvoorbeeld, door Ruud altijd uitgesproken met een extra lettergreep: jou-ournalistiek. Dat vak was de eerste band in onze vriendschap. We zaten een kleine 20 jaar geleden toevallig in de avonddienst op de Trouw-redactie toen er via het ANP een bericht binnenkwam over een godsdienstleraar in Rijssen die zich vergrepen had aan zijn leerlingen. ‘Dat moet een Noorse Broeder zijn’, zei Ruud beslist, met zijn kennis en ervaring die hij op de kerkredactie had opgedaan, ‘want daar komt veel seksueel misbruik en kindermishandeling voor.’ Ik had van die rare sekte nog nooit gehoord. Hij bleek gelijk te hebben. We hebben in de weken daarna een hele serie verhalen geschreven, waarbij hij verreweg de meeste inbreng had. Het zou overdreven zijn te zeggen dat we de Noorse Broeders op het rechte pad hebben gekregen, feit is wel dat we sindsdien niet meer van incidenten horen. Dat gaf Ruud veel voldoening.

Een ander thema bij Per seconde wijzer die avond was de Eerste Wereldoorlog, en zo kwamen we als vanzelf bij Berlijn, de stad waar we beiden gek op zijn. Toen ik daar correspondent was, kwam Ruud regelmatig logeren, en tijdens mijn zomervakantie paste hij op mijn huis. Dat deed hij niet alleen, zo weet ik inmiddels, want de afgelopen week hebben nogal wat vrienden van hem mij gemaild dat ze destijds zo’n leuke tijd in Berlijn hebben gehad. Ook toen ik weer in Nederland woonde, gingen we regelmatig een paar dagen naar Berlijn. Ruud kende de stad op z’n duimpje. Elke keer verbaasde hij me weer hoe scherp z’n opmerkingsgave was. Hij zag veel eerder dan ik nieuwe ontwikkelingen, in de architectuur, de cultuur, de stadsontwikkeling, nieuwe ontbijfcafés en theaters. Ruud zou een perfecte correspondent in Berlijn geweest zijn. Het was ook z’n diepe wens, maar de vacature kwam steeds op een verkeerd moment. In Amsterdam en Rotterdam heeft Ruud laten zien wat voor goeie stadsverslaggever hij was. Hij schreef nooit droge stukken, maar steeds met de menselijke maat – altijd kwamen er mensen aan het woord, bij voorkeur gewone Amsterdammers en Rotterdammers; Ruud was een mensenman.

We hebben het die donderdag in ons laatste gesprek nog over veel meer dingen gehad die we deelden. Kort nadat Ruud was gescheiden, midden jaren 90, liep mijn huwelijk op de klippen. Hij ving me op in een appartement van een vriend in de Pijp in Amsterdam waar hij tijdelijk verbleef, en vertroetelde me ’s ochtends met verse sinaasappelsap en warme croissantjes. Dat schept een band. Een paar jaar later kreeg ik de gevreesde ziekte, op een moment dat Ruud nog ‘slechts’ de ziekte van Crohn had. Weer ving hij me op: we gingen fietsen op Texel – ‘de buitenlucht is goed voor je, Co’, elke week zwemmen in het De Mirandabad in Amsterdam op een absurd vroeg tijdstip: ‘regelmaat doet wonderen, Co’. Hij gaf me adressen van biologische winkels en vegetarische restaurants, voorzag me van oneetbare recepten en wist zeker dat het allemaal weer goed met me zou komen. Daar heeft hij gelijk in gehad. In 2006 hoorde Ruud zelf de diagnose kanker. Omgekeerd hoefde ik hem geen tips te geven, want als er iemand gezond leefde, was hij het wel. Dat maakte het ook zo onrechtvaardig dat bij hem de ziekte steeds terugkwam. Heel af en toe zei hij dat het ‘zuur’ was wat hem overkwam, zuur, dat was de term die hij gebruikte. Maar met overgave ging hij weer een nieuwe chemokuur in, begin dit jaar nog, ik vond het onvoorstelbaar hoe hij dat steeds weer kon opbrengen.

We hadden wel eens ruzie, onenigheid, verschil van mening, hoe je het wil noemen. Ruud was nogal eens overtuigd van eigen gelijk, daarin deden we trouwens niet voor elkaar onder, hij was veeleisend, ook wel eens hard over mensen. Maar hij was vooral een trouwe vriend. Een vriend die je soms zo indringend en lang kon aankijken met zijn grote ogen dat je er verlegen van werd. Bij zulke momenten dacht ik wel eens: jongen, je had rechercheur moeten worden, met zulke vorsende ogen breng je de zwaarste crimineel binnen de kortste keren tot een bekentenis.

Lieve Ruud, ik heb genoten van je vriendschap, je steun in moeilijke momenten, je humor, je journalistieke blik en je altijd weer verrassende kijk op de wereld.

Lieve vriend, dank voor alles, vaarwel.

Mei, 1986. Vijf jonge kerels, begin 20. Jaap van Dam, Ruud van Haastrecht, Jan Kuit, Wouter Kurpershoek en Joël Batenburg. Ambitieus en onverslaanbaar. Tweedejaars school voor journalistiek. In dat jaar, 1986, zijn er verkiezingen en die gaan ergens over: kernenergie, euthanasie, confessioneel onderwijs en ‘principeloos geschipper’ van Lubbers 1. In dat klimaat besluiten de 5 op eigen houtje een verkiezingskrant te maken. Ruud is onze hoofdredacteur, daar is geen discussie over. Hij heeft de beste pen, stelt scherpe vragen, is kritisch, integer en hij haalt met schrijven de beste cijfers. Wat we dan nog niet weten is dat we 27 jaar lang (altijd) met respect naar Ruud  zullen luisteren…

Schermafbeelding 2013-06-22 om 20.28.13

Onze verkiezingsspecial loopt uit de klauw. We gaan voor 4 pagina’s, maar het worden er tien. Er wordt dag en nacht gewerkt. Ruud blijft de rust zelve en schrijft, coacht, leidt en corrigeert. Om de boel te financieren – niet onbelangrijk – regelt Jaap de advertenties.

Lubbers II kwam en zijn we vergeten. Onze krant hebben we gevierd en gekoesterd. We kwamen jaarlijks bijeen om het leven te bespreken. Onderwerpen die u zich daarbij moet voorstellen: de actualiteit van het moment – oude en nieuwe liefdes – de media, ons werk, loonstrookjes en de toekomst. Waar staan we, ieder afzonderlijk, over een jaar, drie jaar etc. Dat klinkt serieus hoor ik u denken, nou dat was het soms helemaal niet. Ik kan u vertellen dat Ruud er heel grappig uitziet als hij huilt van het lachen.

Toen Ruud een paar jaar geleden ziek werd – kreeg ons vaste thema: de toekomst, een andere lading. We hebben gevoeld dat een van ons een strijd leverde. Dat maakte kwetsbaar. Dat woord strijd zou Ruud overigens nooit gebruiken. Hij sprak sowieso niet graag over wat hem was overkomen. Enkele citaten uit de afgelopen weken: ‘Moeten we die Kroaten nu wel of niet toelaten tot de EU?’ In de kwestie Frans Weekers: ‘Nou, nou. Het CDA gaat er met een gestrekt been in’. ‘Wat zal Feyenoord doen tegen NAC?’ ‘Trouwens, Jaap, wat heb je een mooi shirt aan’. Typisch Ruud: life goes on – terwijl zijn lijf zienderogen achteruitging bleef zijn geest vlijmscherp. Zouden we weer een krant hebben gemaakt, dan had hij vanaf zijn bank zo het hoofdredactioneel commentaar kunnen schrijven.

Afbeelding 4

Tot slot. Wij komen van de Evangelische School voor Journalistiek (ESJ). Onze etentjes gingen soms ook over de betekenis van het geloof in ons leven. Onze opvattingen daarover veranderden in de loop der tijd en we zijn er nog niet over uitgepraat. Ruud is altijd zoekende geweest. In zijn eigen tempo, bedachtzaam, graag in de natuur (De Wadden). Toen hij in januari te horen kreeg dat hij niet meer beter zou worden, werd hij, naar hij ons vertelde – ‘gedwongen over de situatie na te denken’.  In januari heeft hij op enig moment in het ziekenhuis de nabijheid van God gevoeld. Psalm 23 kwam bij hem naar boven. Ruud werd geraakt door het vers: uw stok en uw staf vertroosten mij. Daardoor voelde onze vriend zich beschermd. Stok en staf gaven hem vertrouwen en moed. Ruud kon gerust zijn ook in de laatste fase van zijn leven.

Wij hebben hem kunnen vertellen en laten voelen wat hij voor ons heeft betekend. Wij hebben ook met hem afgesproken dat wij de traditie van samen eten en het leven doornemen zullen voortzetten. En ik herhaal wat wij tegen Ruud hebben gezegd: lieve vriend, jij zult daar altijd bij zijn. We weten na al die jaren precies wat je van ons wilt weten tijdens de vragenrondjes. We nemen jouw vragen gewoon mee. Iedere keer weer. En dan proosten we op jou – en wij – en ons. En natuurlijk proost je mee lieve Ruud. Waar dan ook en hoe dan ook.

Natuurlijk heb ik aspiraties. Ik zou er wel van willen leven. Schrijven met rondom het huis een paar schapen. Als 22-jarige schreef ik voor bejaarden een boekje over overwinteren in Spanje. Een uitgave van de ANWB waar ik niet rijk van ben geworden. Mijn bundel interviews met  homoseksuele heilssoldaten – ISBN 9789052638867 – heeft Paauw en Witteman ook niet gehaald. Dus ga je bloggen en blijf je dromen.

Schermafbeelding 2013-06-11 om 17.19.16Voor alle wannebe-schrijvers is er een geweldige online-applicatie om je motivatie wat op te krikken. Stylene analyseert je schijfstijl en is ontwikkeld door de Universiteit Antwerpen en CLiPS (Computational Linguistics & Psycholinguistics). Op 372 verschillende eigenschappen wordt tekst gemeten en vergeleken met teksttypes van vrouwen, mannen en enkele bekende, Nederlandstalige auteurs. Dankzij de data kan worden bepaald waar je tekst het meest op lijkt.

Natuurlijk heb ik vandaag en gisteren een paar meter proza ingeladen. Ook mijn vorige blog De Majoor. Over de uitkomst zal ik hier niet al te veel uitweiden. De afbeelding is veelzeggend. Uitgeverij Prometheus kan elk moment bellen…

Vandaag, 100 jaar geleden, werd in Utrecht Alida Bosshardt geboren. En op 25 juni 2007 haalde de Heer haar ‘naar huis’, want daar geloofde zij in. De majoor werd bevorderd tot heerlijkheid, zo heet dat in het Leger des Heils. Gisteren kreeg ze een standbeeld en een brug in Amsterdam. Vanavond gaat ze als musical in premiere. Ik ben uitgenodigd en ik moet denken aan wat de majoor op 87-jarige leeftijd tegen mij zei over het Leger en haar rol in de organisatie. ‘Ik denk dat het Legerwerk gewoon doorgaat. De rijen sluiten zich en we gaan weer over tot de orde van de dag. Mijn haar is niet extra gekruld. Ik heb eigenlijk geen idee van iets bijzonders. Dus, wat is dat dan?’

Wie de majoor nog eens wil Afbeelding 2horen en anderen over haar – dit is een van mijn documentaires, uitgezonden door de NCRV (voorjaar 2000). Voor die gelegenheid heb ik mijn legerpet nog één keer opgezet. Om samen in Amsterdam strijdkreten te verkopen. Eerst wandelen we over de Nieuwe Oosterbegraafplaats waar de De Majoor wil worden begraven.

40.000.000 volgers, ga je daar lekkerder van slapen? Is dan je doel bereikt? Heb je een slechte dag als er 14.000 weglopen? Justin Bieber is de held op Twitter. Hij is met dit medium vandaag de eerste mens met zoveel volgers. Obama, Lady Gaga en Katy Perry twitteren in zijn schaduw. #Proficiat.

images-1In de media is het altijd en overal te doen geweest om cijfers, om bereik. Krant, tijdschrift, radio en televisie draaien op getallen. Ze zijn een zorg van uitgevers en redacteuren. Social media hebben van ‘bereik’ een zeer persoonlijke zaak gemaakt. Facebook, Twitter, LinkedIn en YouTube hebben van  ‘volgers’, ‘fans’ en ‘likes’ bijna existentiële begrippen gemaakt. Heb ik wel genoeg fans? Volg ik niet overdreven veel mensen? Wat doe ik met vrienden van vrienden die mij willen volgen? Hoe en wanneer word ik geretweet? Goh, wat leuk die like. Is een # pure armoede, of levert het nog wat op?

We maken graag deel uit van de kudde. iedereen wordt graag gehoord, gezien, geliked en geretweet. Elke gemeenschap (community) heeft social heroes en social losers en bedrijven zijn altijd en overal bereid om nieuwe of opkomende sterren te belonen. Van een upgrade op een hotelkamer bij een hoge Klout-score, tot het weigeren van de toegang bij een congres – vanwege een te lage Peerindex. Het getal loont, steeds meer. In dat licht een kleine kanttekening. Justin’s reactie op het nieuws – I am #Grateful – is slechts 117.000 keer geretweet. Dat is nog geen 0,4 procent van zijn volgers. Ronduit zorgelijk dus. Ik hoop niet dat Justin daar straks wakker van ligt.

Naschrift. Ik hoor zojuist (6 juni) dat mijn dochter Bieber ook volgt. ‘Niet omdat ik fan ben, maar omdat ik wil weten waar mijn vriendinnen het over hebben’. Logisch.